

Ravels balletmuziek Daphnis et Chloé is verleidelijk tot en met. Het werk, gemaakt in opdracht van Sergej Diaghilev voor diens Ballets Russes, behoort tot de verrukkelijkste orkestmuziek ooit gecomponeerd, met een muzikale dageraad − ‘Lever du jour’ − die het hart doet zingen. Dirigent Antonio Pappano en het London Symphony Orchestra brengen samen met Tenebraes topvocalisten het werk in al zijn drama en details tot leven in een aangrijpende live-opname uit het Barbican Centre, uitgebracht op de 150e verjaardag van de componist. Hun interpretatie viert de symfonische kracht van het werk en de manier waarop Ravel het verhaal vertelde van de geitenherder Daphnis en diens liefde voor de herderin Chloé, haar ontvoering en hun uiteindelijke reünie (na Pans goddelijke interventie). “Het is veelzeggend dat Ravel het een symphonie chorégraphique noemt”, zegt Antonio Pappano tegen Apple Music Classical. “Het detailniveau op ieder moment van de compositie is wonderbaarlijk. Als operadirigent ga ik met zulke stimulatie aan de haal! Het stuk moet vloeien, maar het moet niet gehaast klinken in de rustige delen. Het is een pastorale, maar ook een extreem sensueel werk. Het gaat over jonge, opbloeiende liefde. Het gaat over jaloezie, de wanhoop van verlies en de hereniging van twee minnaars. Ik heb al die emoties in de opera behandeld, dus het stuk spreekt boekdelen voor mij. Ik heb geen woorden nodig; het zit allemaal in de muziek. Daphnis et Chloé werd voor het eerst uitgevoerd door de Ballets Russes in Parijs in 1912, minder dan een jaar voordat het balletgezelschap de legendarische première van Stravinsky’s Le Sacre du printemps beleefde. Hoewel ze zeer verschillend waren, traden beide werken ver buiten de gebaande orkestrale paden. Pappano wijst op de invloed van Stravinsky’s leraar, Nikolaj Rimski-Korsakov, en diens symfonische suite Sjeherazade op zowel Daphnis et Chloé als Le Sacre du printemps. “Rimsky was de eerste met zo’n cinematografische orkestratie als je ook hoort bij Stravinsky en Ravel”, zegt hij. “Nog meer dan Stravinsky, vindt Ravel effecten uit − hij creëert kleuren. Het instrumentale palet wordt op dat punt zeer gevarieerd en verfijnd.” Antonio Pappano brengt een hommage aan Tenebrae voor hun aandeel in de brede waaier aan klankkleuren en toonschakeringen bij Ravels muziek. Het vocale element van de compositie is uiterst belangrijk, merkt hij op. “Ik had enorm geluk met Tenebrae. Ze geven een deel van deze muziek een zeer cinematografisch gevoel, omdat ze vooral op klinkers zingen. Ik manipuleerde die klinkers met ze. Hun regisseur Nigel Short en ik bedachten verschillende mogelijkheden, niet alleen ‘ah’, maar soms ‘mmm’ met een open mond maar met nasale effecten. En dan is er natuurlijk het ‘oeh’-geluid, dat Ravel soms liet zingen met met ‘bouche fermée’ − gesloten mond. Deze vocale geluiden zitten in het stuk verwerkt, en op een gegeven moment klinken er alleen stemmen a capella. Het is angstaanjagend moeilijk om te stemmen, maar ze zingen het beeldschoon.” Ravels ballet, zijn langste compositie, zit diep in het collectieve bewustzijn van het London Symphony Orchestra. Ze hebben het complete werk in 1959 opgenomen met Pierre Monteux, die de première in Parijs dirigeerde. Later namen ze het opnieuw op onder André Previn, Claudio Abbado, Kent Nagano en Valeri Gergiev. Pappano’s band is in topform, bewust van iedere nuance en het overkoepelende dramatische scenario van de muziek. Onder zijn begeleiding geven ze de vier terugkerende muzikale thema’s in het stuk leven, en zwelgen ze in de vele solo’s van de compositie. “De solo’s voor fluit, hoorn, hobo en althobo zijn geprezen momenten uit de symfonische literatuur”, zegt Pappano. “Dat komt niet alleen door Ravels mooie melodieën voor deze instrumenten, maar ook door hoe goed ze passen bij het drama op ieder moment van het ballet. Het begin ontvouwt zich natuurlijk langzaam met de harpen, gedempte hoornen, bassen en gedempte snaren die in elkaar overgaan als laagjes van een taart. De muziek omarmt de wereld. Je voelt echt dat Ravel speelt met verschillende lichtschakeringen, zoals de schilder Caravaggio deed. Het is gewoon zo prachtig, zo perfect.”