Folk Songs

Folk Songs

Volksmuziek was in de 20e eeuw een belangrijke inspiratiebron voor componisten. Op dit fascinerend veelzijdige album brengt de Tsjechische mezzosopraan Magdalena Kožená werk van vier van die componisten in kaart. Béla Bartók ploos zijn nationale erfgoed uit in de Vijf Hongaarse volksliederen (1933). Zijn pikante orkestraties vullen de originele volksmelodieën levendig aan. Ravels aanpak in 5 Mélodies populaires grecques is subtieler en impressionistischer, hoewel ‘Quel galant m’est comparable’ een pittig extravert moment oplevert voor Kožená en de spelers. Ze zwelgt in de weelderige melodieën en verleidelijke ritmes van Xavier Montsalvatges 5 canciones negras, en zowel ‘A la femminisca’ als ‘Ballo’ uit Luciano Berio’s Folk Songs illustreren haar gevoel voor humor en talent voor scherpe karakterisering. Haarscherpe begeleidingen door het Tsjechisch Filharmonisch Orkest voegen nog een laag plezier toe aan dit rijkelijk onderhoudende recital.