

Oasis’ verhaal in 20 nummers
Terwijl de gebroeders Gallagher vrede sluiten en zich voorbereiden op hun comebacktour − en terwijl al hun albums op Apple Music verschijnen in ruimtelijke audio − blikken we terug op de opkomst, val en herrijzenis van de grootste band van de britpop.
Rocksterren
Op een late avond in mei 1993 kreeg de directeur van Creation Records, Tim Abbot, een telefoontje. Alan McGee, de oprichter van het platenlabel, belde vanuit Glasgow om te vertellen over de band Oasis. McGee zag de vijf jongens uit Burnage, Manchester in het voorprogramma van de indiepopgroep Sister Lovers. McGee beschreef Oasis als "een kruising tussen Sex Pistols, The Rolling Stones en The Beatles", vertelde Abbot in 2020 aan Matt Wilkinson van Apple Music. Waarop Abbot de labelbaas antwoordde: "Dat is goed genoeg." McGee had die goedkeuring niet nodig en had de groep al een platencontract aangeboden. Later dat jaar namen leadzanger Liam Gallagher, gitarist en songwriter Noel Gallagher, gitarist Paul Arthurs, bassist Paul McGuigan en drummer Tony McCarroll in de studio hun debuutalbum op: Definitely Maybe. Oasis’ debuutsingle 'Supersonic' verscheen in april 1994, drie dagen nadat het overlijden van Kurt Cobain van Nirvana bekend werd. Britpop werd in die tijd ontvangen als tegengif voor grunge. Bands als Suede, Blur en Pulp werden in de Britse muziekmedia gevierd als kleurrijke, melodische antwoorden op de klaagzangen uit Seattle. 'Supersonic' was een pakkend nummer dat het zelfvertrouwen van de band volop etaleerde. Ondanks de songtekst over een meisje genaamd Elsa dat pijnstillers opsnuift, zou de band al snel uitgroeien tot de stem van een generatie. Iets meer dan drie maanden later kwam Definitely Maybe uit. Het album was vurig, fel, gedurfd en melodieus, in overeenstemming met McGees eerdere verwijzing naar Sex Pistols, The Rolling Stones en The Beatles. Nog belangrijker was de ondertoon van wanhoop. Het album opende met de tekst: 'I live my life in the city and there’s no easy way out' ('Rock ’n’ Roll Star'), een voorbode van een reeks nummers over de frustratie van uitzichtloze baantjes, de verveling van werklozen en verlangen naar iets beters ('Live Forever', 'Slide Away'). Uiteindelijk was dat betere op de korte termijn misschien hoogstens 'Cigarettes & Alcohol', lasagne met vrienden ('Digsy’s Dinner') of iets sterkers ('Columbia'). Met hun verhalen over alledaagse sleur boden deze arbeiderszoons uit Manchester britpop iets wat universeler aanvoelde dan de wrange karakterstudies van collega’s die van de kunstacademie kwamen. Net als stadsgenoten The Stone Roses en Happy Mondays putte Oasis uit de danstraditie van hun stad. "Net als acid house was dit niet iets elitairs", zei Noel Gallagher in 2022 tegen Wilkinson. "De nummers waren inclusief. Ze gingen over ons allemaal."
Van Supersonic naar supersterren
Als Definitely Maybe hedonistische ontsnapping bood, dan verzorgde Oasis ook de soundtrack voor de ochtend erna. Op de B-kanten van hun eerste singles stond vaak een akoestische ballad, gezongen door Noel, waarin je de songwriter op zijn kwetsbaarst en meest empathisch hoorde. Daarin sloeg hij een arm om een worstelende vriend ('D’Yer Wanna Be a Spaceman?'), of voelde hij weemoedig hoe de dagen verstreken ('Half the World Away'). Definitely Maybe was gestoeld op ongeduldige energie, maar Noels tedere kant werd een fundament van de opvolger (What’s the Story) Morning Glory? Oasis’ wereldwijde doorbraaksingle ‘Wonderwall' ging over de verlossing en troost die vriendschappen bieden. Het zuchtende 'Cast No Shadow' was geïnspireerd door de worsteling van Noels vriend Richard Ashcroft, van The Verve, met zijn plek in de wereld. Het album sloot af met 'Champagne Supernova': zeven intense minuten waarin Oasis zich afvraagt hoe vluchtig en vertekenend roem kan zijn. De diepgang en gevoeligheid op dit album, waarvan er wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren verkocht werden − en dat later een plek zou veroveren in de lijst van de 100 beste albums van Apple Music − vroegen om een andere aanpak dan op Definitely Maybe. "De zang was totaal anders", zei Abbot tegen Wilkinson. "'Champagne Supernova' en 'Wonderwall' zijn verdomd prachtig gezongen. Dat is het mooie van die twee albums: het ene is zo rauw als wat, het andere is juist heel gepolijst, maar ze zijn allebei van begin tot eind pure rock-’n-roll." Zelfs toen in 1997 het derde album Be Here Now verscheen − geschreven in Mick Jaggers villa op Mustique, met Johnny Depp op gitaar ('Fade In-Out') en met muziekvideo’s waar twee dozijn mensen een half jaar aan werkten ('All Around the World') − was het toch weer Noels melancholie ('Don’t Go Away', 'Stand By Me') die eruit sprong.
Broederliefde
Zoals zoveel broers ruzieden de Gallaghers. Ze deden dat op manieren waar de roddelpers van smulde, manieren die soms zelfs de koers van de Britse popmuziek dreigden te ontwrichten. Vier maanden na de verschijning van Definitely Maybe stapte Noel tijdelijk uit Oasis, na een chaotisch optreden in Whisky a Go Go in Los Angeles, dat eindigde nadat Liam een tamboerijn naar zijn broer had geslingerd. In 1995 werden de opnames van (What’s the Story) tien dagen stilgelegd nadat Noel zijn broer had aangevallen. Datzelfde jaar kwam 'Wibbling Rivalry', een op de dictafoon opgenomen ruzie tijdens een interview met het tijdschrift NME, op nummer 52 binnen in de Britse hitlijst. Het jaar daarop liep Liam vlak voor het MTV Unplugged-optreden van de groep in de Royal Festival Hall te Londen weg. De band speelde door, met Noel als leadzanger − onverstoorbaar, zelfs toen zijn broertje begon te joelen vanuit de koninklijke loge. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het regende incidenten, tot en met een avond in augustus 2009, toen tijdens een festival in Parijs Liam uit woede een pruim naar Noel gooide. Vervolgens beantwoordde Noel de aanval door een gitaar kapot te slaan, waarna hij uit de band stapte en in de vijftien jaar daarna amper nog sprak met zijn broer. De relatie tussen de twee is op zijn zachtst gezegd explosief te noemen, maar juist die spanning was de motor achter de beste nummers van Oasis. In het smartelijke 'Talk Tonight’ reflecteert Noel op de nasleep van het drama in Los Angeles. En alhoewel Noel het liever niet aan Liam toegeeft dat hij een nummer over zijn broer heeft geschreven, is het onmogelijk om in de songtekst van 'Acquiesce' iets anders te zien dan een liefdesverklaring ('Because we need each other/We believe in one another' oftewel ‘Want we hebben elkaar nodig/We geloven in elkaar’). Ook de bittere opmerkingen in 'Let’s All Make Believe' lijken te gaan over de broederliefde ('So, let’s all make believe/That we’re still friends and we like each other', oftewel ‘Laten we allemaal doen alsof we nog vrienden zijn en elkaar nog leuk vinden'). En over wie zou Noel het hebben als hij op 'The Masterplan', de B-kant van 'Wonderwall', dit zingt: 'Dance if you wanna dance/Please, brother, take a chance’ (‘Dans als je wil dansen, alsjeblieft broer, waag het erop')? Gedurende de eerste tien jaar van deze eeuw was Noel niet meer de dominante songwriter van de band. In het door Liam geschreven 'Guess God Thinks I’m Abel' beziet Liam hun relatie door een bijbelse bril. Abel werd de bijbel vermoord door zijn broer Kaïn. Met die kennis is een uitspraak van Liam uit 2019 extra prikkelend. Destijds spraken de broers nog steeds zelden met elkaar, behalve dan via boze berichtjes op social media en via stekelige opmerkingen over elkaar in interviews. Liam zei toen tegen Apple Music: "Ik sta toch nog voor hem klaar, want dat heeft hij nodig. En hij staat voor mij klaar, dat heb ik nodig. Het is liefde, geen haat. Ik haat hem niet, ik hou van hem."
De band opnieuw uitvinden
Niet alleen de broederliefde bleek broos door de jaren heen. Bandleden kwamen en gingen. Alan White verving McCarroll in 1995 als drummer, en gaf Oasis op (What’s the Story) Morning Glory? een nieuwe, lenige souplesse. McGuigan en Arthurs vertrokken tijdens de vroege sessies voor Standing on the Shoulder of Giants (2000), en werden uiteindelijk vervangen door Andy Bell van Ride en Gem Archer van Heavy Stereo. Oasis heeft bij tijd en wijle een conservatieve reputatie gehad − onder meer door Noels verklaring uit 2008 dat hij geen hiphop op Glastonbury wilde − maar hun 21e-eeuwse werk bevat genoeg voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Standing on the Shoulder of Giants werd grotendeels opgenomen voordat Bell en Archer aan boord kwamen. Het bevat geslaagde experimenten met drumloops en samples ('Go Let It Out') en paranoïde psychedelica ('Gas Panic!'). Bell en Archers vakmanschap en ervaring droegen bij aan verdere vernieuwingen op latere albums, zeker toen Noel hen − én Liam − aanmoedigde om nummers te schrijven. Dat leverde robuuste nummers op als 'Songbird' (Liam), 'A Bell Will Ring' (Archer), 'Turn Up the Sun' (Bell) en 'Love Like a Bomb' (Liam en Archer). Ook gaf het Noel de ruimte (of de bewijsdrang) om een aantal van zijn avontuurlijkste nummers te schrijven, zoals de single 'The Shock of the Lightning' (2008), zijn ode aan krautrock uit de jaren 70. Noel zag deze democratisering zelf als de oorzaak van Oasis’ verjonging. "Ik was mijn liefde voor het schrijven een beetje kwijt", vertelde hij in 2018 aan Lars Ulrich in diens Apple Music-radioshow It’s Electric! “Iedere anderhalf tot twee jaar in mijn eentje zestien tot achttien nummers schrijven: het putte me uit. Ze hebben me echt geholpen en daar kwamen goede dingen uit voort. Ik denk dat dat de band een langere houdbaarheidsdatum heeft gegeven. Anders waren we misschien wel vijf jaar eerder gestopt."
Live Forever
"Alle goede nummers van de laatste vier, vijf albums zouden samen een fantastisch album vormen," zei Noel in 2021 tegen Wilkinson. "Als geheel waren de albums goed, maar duidelijk niet op het niveau van de eerste drie. Maar live zijn we het nooit verleerd." Het verhaal van de band ontvouwde zich voor een groot deel tijdens optredens, van Alan McGees ontdekking van Oasis tot het moment dat de band instortte in een regen van pruimensap en gitaarsplinters. Tot de hoogtepunten behoren onder meer de twee avonden in 1996 bij Knebworth House − destijds de grootste openluchtconcerten in de Britse geschiedenis − en hun afscheid van het oude Wembley in juli 2000, waar ze optraden als laatste Britse band voordat het stadion gesloopt en opnieuw gebouwd werd. Het lijkt dan ook niet meer dat gepast dat hun reünie plaatsvindt op het podium en niet − voor zover we weten − in de studio. In augustus 2024 stonden 14 miljoen mensen online in de rij voor de 1,4 miljoen tickets voor de eerste 17 optredens van de tournee in 2025 door het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Voor Oasis zit de aantrekkingskracht van opnieuw live spelen misschien deels in het delen van hun bestaande werk met een nieuw publiek. Toen Liam in 2024 solo op tour ging met Definitely Maybe, stonden er naast de nostalgische britpopfans ook veel tieners in het publiek, die de elektrische lading van die nummers voor het eerst live voelden. "Die nummers betekenen nog net zoveel als toen, maar dan voor een nieuwe generatie jongeren", zei Noel in 2022 tegen Wilkinson. "Ik zou graag zeggen dat ik destijds slim genoeg was om dat te voorzien, maar dat is niet zo. Het kwam gewoon voort uit iets puurs, iets spontaans. En ik denk dat het daarom ook nooit meer verdwijnt."