

Paganini: 24 Caprices — Caprices by Berlioz, Cervelló, Kreisler, Ortiz, Saint-Saëns, Sarasate, Wieniawski
De geruchten dat Niccolò Paganini bezeten was door de duivel klonken geloofwaardig wanneer hij zijn 24 Capriccio’s voor viool speelde. In het publiek vielen vaak mensen flauw dankzij de intense uitvoeringen en volledige instrumentbeheersing van de violist. María Dueñas heeft de techniek én het temperament voor Paganini’s duivels moeilijke stukken. Ze weet ook hoe je de rijke muzikale inhoud onder het flitsende oppervlak aanboort. De Spaanse violist werd in 2002 geboren in Granada. Haar opnamedebuut was Beethovens Vioolconcert, een gewaagde keuze voor zo’n jonge muzikant. Dat volgt ze nu op met deze sensationele opname van Paganini’s capriccio’s. Dueñas’ album bevat ook een reeks aan even uitdagende werken, geïnspireerd door Paganini of de grillige aard van capriccio’s. María Dueñas kent Paganini’s capriccio’s sinds haar vroege jeugd. Ze luistert er al naar sinds ze voor het eerst een viool oppakte, en ze begon ze al gauw zelf te spelen. “Ze vergezellen me nu zo veel jaren”, zegt ze tegen Apple Music Classical. “Na Beethovens Vioolconcert wilde ik iets doen wat heel persoonlijk voor me was. Ik voel me verbonden met deze stukken. In het begin speelde ze ik net als iedereen voor mezelf, om wat technische aspecten te perfectioneren. Maar later begon ik een deel bij competities als toegiften te spelen. Ik heb er een hechte relatie mee opgebouwd.” Volgens Dueñas bedacht Paganini zijn capriccio’s voor zelfstudie, niet voor publiek. Zijn tijdgenoten achtten de stukken onspeelbaar, maar Paganini introduceerde een aantal op het concertpodium. Ze groeiden al snel uit tot de ultieme test van de techniek van een violist. En qua muzikaal niveau kunnen ze zich meten met Chopins etudes voor piano solo. De beroemde laatste capriccio, een set van 11 variaties op een memorabel thema, is technisch zeer veeleisend. Veel andere componisten, onder wie Rachmaninov, Lutosławski, Ysaÿe en Andrew Lloyd Webber, schreven variaties op Paganini’s pakkende melodie. Dueñas speelt niet alleen verbluffend nauwkeurig, ze laat ook de zanglijn van elk stuk tot zijn recht komen. Luister bijvoorbeeld naar de melancholische opening van Capriccio nr. 3, of de melodie en snelle begeleiding in Capriccio nr. 6. “De viool biedt zo veel mogelijkheden”, merkt ze op. “Ze lijkt denk ik erg op de menselijke stem. Dus als ik speel, stel ik me altijd voor dat ik zing. Het moet net als je eigen stem en emoties voelen.” Zingt ze zelf ook? “Ik hou van zingen, maar ik zing slecht!” Capriccio is Italiaans voor gril, opwelling of bevlieging. “Ik associeer ‘capriccio’ met een gevoel van improvisatie en een vrij, fantaserend karakter”, merkt Dueñas op. “Elke capriccio van Paganini is uniek, met vele verschillende technische aspecten. Virtuositeit is natuurlijk de basis, maar er komt meer bij kijken. Paganini was beïnvloed door de belcanto opera’s van zijn tijd. Ik denk dat die stijl past bij de boodschap in zijn muziek.” María Dueñas verliet haar thuisland toen ze 11 was om te studeren in Duitsland. Drie jaar later verhuisde ze naar Wenen voor lessen van Boris Kuschnir. De Oekraïens-Oostenrijkse violist doet mee op het album met een gepassioneerde uitvoering van de tweede van Henryk Wieniawski’s 8 Études-Caprices, opus 18. Gitarist Raphaël Feuillâtre speelt een duet met Dueñas op een verleidelijk arrangement van Fritz Kreislers Caprice viennois, opus 2, terwijl het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en dirigent Mihhail Gerts te horen zijn op Saint-Saëns’ tijdloze Introduction et rondo capriccioso, opus 28, zijn lyrische Caprice andalous, opus 122 en Berlioz’ eloquente Rêverie et caprice, opus 8, een werk dat veel meer bekendheid verdient. Het album bevat ook twee nieuwe werken, beide geschreven voor Dueñas: De cuerda y madera, een dramatische capriccio voor viool en piano door Gabriela Ortiz, en Jordi Cervelló’s gepast grillige Milstein Caprice. “Ik wilde met deze selectie stukken uit het verleden en heden alles tonen wat een capriccio kan zijn”, zegt Dueñas. Ze koos ook composities, niet in de laatste plaats van Saint-Saëns, die het Spaanse temperament vertegenwoordigen. “Iedere keer dat ik terugga naar Spanje, treft me het gevoel dat iedereen geniet van het leven, het leven waardeert en er dankbaar voor is. Dit gevoel van genot komt denk ik sterk over onder Spaanse mensen. Zo zie ik het, en zo probeer ik het uit te drukken in deze muziek.”