

“Edvard Grieg is een grootheid in Noorwegen”, zegt de internationaal geprezen sopraan Lise Davidsen tegen Apple Music. “Toen ik opgroeide, kende mijn hele familie zijn naam. Dat maakte het bijzonder om dit album op te nemen. Het is ónze muziek, in zekere zin.” Edvard Grieg zou dus weleens haar meest persoonlijke album tot nu toe kunnen zijn. Het is een verzameling Grieg-liederen uitgevoerd met pianist en landgenoot Leif Ove Andsnes. Muziek overstijgt natuurlijk grenzen, maar het blijft iets magisch wanneer componisten terugkeren naar hun wortels. “Zoals Lise zegt, zijn we opgegroeid met deze muziek. Ik speel Grieg al sinds ik zes jaar oud was”, voegt Andsnes toe.
Wie al bekend is met Griegs Lyrische Stukken voor solopiano zal merken dat deze liederen op dit album nog intiemer en dramatischer klinken. “Grieg was een begenadigd schrijver en hij was dol op poëzie”, legt Andsnes uit. “Het inspireerde hem echt, en sommige stukken in een liederencyclus als Haugtussa hebben gewoon een onovertroffen kwaliteit. Het is alsof de muziek een nieuwe dimensie bereikt. Ik denk echt dat dit de beste muziek is die hij geschreven heeft.” Dit album had natuurlijk alleen in Noorwegen opgenomen kunnen worden, dus trokken de makers zich terug op een spectaculaire locatie in het hart van de Noorse havenstad Bodø. Daar konden ze zich vier dagen aan één stuk door wijden aan deze prachtige verzameling. “Ik ben echt trots op dit album”, zegt Davidsen. “Ik denk dat dat komt doordat we op een gegeven moment een punt hadden bereikt waarop we gewoon besloten ons gevoel te volgen.” Davidsen en Ove Andsnes nemen ons stap voor stap mee door hun betoverende album.
Haugtussa, Op. 67
Lise Davidsen: “Ik denk dat deze liederencyclus, over de liefde van een jong meisje voor een jongen, heel goed de Noorse geest weergeeft, en de unieke manier waarop Noren in verbinding staan met de natuur. Dit respect voor iets veel groter dan wij, maar niet in religieuze zin, komt tot uitdrukking in deze band met de natuur en de aanvaarding van het idee dat er trollen en andere wezens zijn. Het is niet zozeer een geloof, maar meer een acceptatie dat ze hoe dan ook bestaan.”
Leif Ove Andsnes: “Er zijn veel parallellen met Schuberts geweldige liederencyclus Die schöne Müllerin, die ook over liefde en verlies gaat. Dat geldt eens temeer voor het laatste stuk, ‘Ved Gjætle-Bekken’, waar een meisje zich richt tot het water van een beekje in een monoloog over haar verdriet om het verlies van haar geliefde. Ik denk dat het dramatische aspect hier heel belangrijk is, maar in uitvoeringen niet altijd goed tot zijn recht komt. Bij Lise komt dit prachtig tot uitdrukking.”
6 Songs, Op. 25
LOA: “Deze twee werken zijn muzikaal gezien heel interessant, maar ook erg verschillend. Het lied ‘Med en Vandlilje’ heeft een hele vloeiende melodielijn en dito pianobegeleiding, terwijl voor ‘En Svane’ precies het tegenovergestelde geldt. Dit lied is juist erg statisch, met heel eenvoudige pianoakkoorden. Maar wat voor een akkoorden! Het kan zich meten met de beste werken van Schubert. Het duurt maar vier minuten, maar het is fenomenaal.”
6 Elegiac Songs, Op. 59
LOA: “Deze stukken hebben wat mij betreft erg Wagneriaanse harmonieën. Ze zijn een beetje eigenaardig. Ze zijn erg geconcentreerd, maar buitengewoon interessant.”
LD: “Het is ook heel belangrijk om de tekst te lezen. Die is vrij eenvoudig, maar brengt grootse gevoelens over verloren liefde over.”
Melodies of the Heart, Op. 5
LD: “Ik zal eerlijk zeggen dat dit de lastigste compositie was om uit te voeren, juist omdat het al zo vaak is gedaan. Maar het is en blijft zo'n mooi lied.”
LOA: “Het zit tussen eenvoud en extase in. Het is een heel vroeg lied, heel fris, heel lenteachtig. Het draait om grote intervallen en diepe ademhaling, en het duurt maar iets meer dan een minuut. De pianopartij is prachtig; Grieg heeft er zelfs een transcriptie van gemaakt voor solopiano.”
5 Songs, Op. 60: No. 5, Og jeg vil ha mig en Hjertenskjær
LD: “Dit lied windt er geen doekjes omheen: ‘Ik zou graag iemand willen ontmoeten. En ik zou graag willen dat het op deze manier gebeurt, alsjeblieft!’ Natuurlijk is het een gelaagd lied, maar het voelt als een frisse bries.”
LOA: “Ja, het is rechttoe rechtaan, maar precies halverwege onderbreekt Lise haar zang een hele regel lang en springt de piano in met uitbundige harmonieën. En daar houdt het niet bij op!”
12 Songs, Op. 33: No. 9, Ved Rondane
LD: “Een van de redenen waarom zoveel van deze werken zo beroemd zijn, is volgens mij dat ze een soort muzikale stempel op Noorwegen drukken. Dit lied is daar een goed voorbeeld van. Dit is hoe buitenlanders Noorwegen zien − de bergen en de natuur − en Grieg beschrijft het allemaal zo mooi in zijn muziek.”
5 Songs, Op. 69
LD: “Deze liederen zijn van begin tot eind uiterst gevarieerd en ze bevatten zoveel verschillende onderwerpen. Zo komt een verjaardagbrief voorbij, een slak, maar ook het graf van een moeder. Alles zit erin. En die diversiteit vind je ook terug in de pianopartijen. Het is zo goed geschreven.”
LOA: “Grieg vat het allemaal fantastisch samen. Het lied over de slak [‘Snegl, Snegl!’] heeft iets eigenzinnigs, terwijl het eerste, ‘Der gynger en Båd på Bølge’, juist heel dramatisch is. Als je voor het eerst naar deze collectie kijkt, denk je: deze liederen horen niet bij elkaar. Hoe kan dit werken? Maar juist door de contrasten wordt het een logisch geheel. Er ontstaat een nieuw verhaal.”
9 Songs, Op. 18: No. 5, Poesien
LD: “Dit lied is alsof iemand in een kerk van de preekstoel is gestapt en heeft gezegd: “Dit is hoe het gaat worden.” Het komt uit een heel andere tijd, wat het lastig maakt om het naar onze moderne tijd te vertalen. Dus ik beschouw mijn rol hier meer als iemand die de tekst overbrengt zoals die is, in plaats van dat ik er een persoonlijke draai aan geef. Maar ik vind het een heel mooi lied, en ik vind het juist geweldig dat het zo anders is dan alle andere werken op het album.”
LOA: “Ik vind het gewoon een heel enthousiast, uitgelaten stuk met prachtige harmonieën en prachtig pianowerk. Het is absoluut geweldig.”
6 Songs, Op. 48
LD: “Deze liederen hebben alles in zich, van ‘Gruß’ en ‘Lauf der Welt’ tot ‘Zur Rosenzeit’. Grieg heeft het onbeschrijflijke talent om alle denkbare emoties in vijf, zes liederen te verwerken. Dat maakt ze voor mij zo interessant om te zingen.”
LOA: “Ze vormen een echt hoogtepunt. Eerst is er de eenvoud van ‘Gruß’, dan verandert de stemming abrupt in ‘Dereinst Gedanke mein’, waarmee we weer in Schuberts wereld terug zijn. Dit lied is al heel lang een van mijn favorieten. Het heeft die ongeëvenaarde kwaliteit van de beste Schubert-werken. Het is universeel. Het is ongelooflijk. Dan heb je de volgende twee liederen die heel speels en improviserend zijn, en dan de laatste twee, die weer zo dramatisch zijn.”
12 Songs, Op. 33: No. 2, Våren
LD: “Dit werk nodigt misschien wel uit tot een tweede album! Voor mij beschrijft ‘Våren’ Noorwegen. We hebben er heel duidelijke seizoenen, waar våren (lente) er een van is. Dit lied beschrijft de terugkeer en de betekenis ervan. In sommige delen van het land betekent het dat je je leven terugkrijgt na de duisternis en de overgang naar een andere emotionele toestand.”
LOA: “Soms voelt het in Noorwegen alsof je een paar maanden in winterslaap gaat en dan weer tot leven komt. Daar gaat dit stuk over. Deze persoon krijgt opnieuw de kans om het leven, de natuur en de lente te ervaren.”