

Liszts Pianosonate in b-mineur, afgerond in 1853, is een van de hoogtepunten van het pianorepertoire. Het is een groots, eendelig werk dat diverse verbluffende muzikale ideeën en thema’s fuseert – uiteenlopend van Chopinachtige passie tot demonische furie. Het is ook een perfect voertuig voor Benjamin Grosvenors wonderbaarlijke techniek en muzikale artisticiteit. Grosvenors uitmuntende, dramatische vertolking van dit werk vormt de hoofdmoot van het album, maar de rest van het programma is net zo overtuigend. De Britse pianist onderneemt een fascinerende en verrassende reis door het oeuvre van Liszt en toont zo de verschillende briljante kanten van de componist, inclusief twee ontzagwekkende adaptaties van muziek van Schubert en Bellini. “Ik wilde Liszt portretteren als een scheppende componist, maar ook als een bewerker”, vertelt Grosvenor aan Apple Music. “Hij was zeer genereus in zijn steun aan andere componisten, en de wijze waarop hij hun werk introduceerde bij een groter publiek via zijn transcripties.” Maar er zit ook een persoonlijk randje aan dit album, dat wordt weerspiegeld in de tederheid van een groot deel van de muziek, inclusief Schuberts afsluitende Ave Maria. En er is een reden voor die persoonlijke band. “Mijn grootvader was een enorme fan van Liszt”, zegt Grosvenor. “Hij was een amateurpianist en leerde mijn moeder piano spelen, en zij leerde het mij. Helaas overleed hij begin 2020. Ik dacht dat een album met werk van Liszt een geschikt en passend eerbetoon aan hem zou zijn.” Hieronder leidt Grosvenor ons door elk stuk van dit fascinerende album.
Piano Sonata in B Minor, S. 178
“Deze sonate is een glorieus werk vol prachtige piano-effecten, en van een buitengewone spiritualiteit en lyriek. Liszt heeft het op een unieke manier vormgegeven: het is een eendelig werk dat is gebaseerd op enkele ideeën die door de compositie heen transformeren, zoals het demonische thema op de eerste pagina dat verandert in een verrukkelijk lyrische melodie. Het werk heeft een zeer levendig karakter en aanzienlijk drama. De uitdaging is om alle emoties en nuances de ruimte te geven en ondertussen de verhaallijn overtuigend over te brengen.”
Berceuse, S. 174
“Het is interessant om dit werk te horen na de sonate, want die valt min of meer uit elkaar – de laatste noot is alsof je ontwaakt uit een droomwereld. ‘Berceuse’ neemt je met zijn wazige begin terug naar die wereld. Overal zijn er delen die duister, onrustbarend en hartstochtelijk zijn, naast delen met tederheid en lyriek. Het bouwt op naar een extatische climax, daarna is er een prachtige afdaling en komt het tegen het einde tot bedaren. Het is een geweldig werk dat enigszins miskend is.”
Années de pèlerinage II, S. 161
“Deze drie werken zijn allemaal gebaseerd op sonnetten van de 14e-eeuwse dichter Francesco Petrarca. Ze presenteren allemaal een andere visie op liefde. Sonet 123 is eerbiedig, terwijl de tweede, 104, een beetje explosief is – het is een meer gepassioneerd werk. Later in zijn leven verwierp Liszt virtuositeit en keerde hij terug naar eenvoud, en in dit werk kun je zien wat hem daartoe aanspoorde. Maar ze zijn allemaal rijk aan emotie en passie, het zijn perfecte muzikale schilderijen van de gedichten die hij selecteerde.”
Réminiscences de Norma, S. 394 (After Bellini)
“De manier waarop Liszt hier schrijft voor de piano is fantastisch. Hij vat eigenlijk de opera samen, maar de manier waarop het in elkaar zit is net zozeer Liszt als Bellini. Hij schept vanuit die opera zijn eigen meesterwerk en presenteert tegelijk op liefdevolle wijze Bellini’s melodieën, die geweldig zijn en een van de redenen dat deze transcriptie zo ongelooflijk is. Maar het is ontstellend moeilijk. Tijdens een optreden kom je er nog wel mee weg als er slordigheden en fouten insluipen. Maar op een opname moet je zeer nauwkeurig zijn en toch ook de vurigheid etaleren die de muziek tot leven wekt.”
Ave Maria, S. 558/12 (After Schubert, D. 839)
“Hier is een voorbeeld van Liszt als een liefhebbende, genereuze, behulpzame componist. Zijn transcripties hielpen met het aanwakkeren van nieuwe interesse in Schuberts liederen, op een moment dat ze wellicht uit de mode waren en in de vergetelheid raakten. Dus er zat een nobel doel achter. Het probleem van de piano is dat de tonen niet aanhouden – de noten sterven weg. Het is in wezen een slaginstrument. Veel van Liszts transcripties, vooral die van liederen, gebruiken uitgebreide begeleidingen om de melodie te ondersteunen. Ik vind de manier waarop dat hier gebeurt zeer inventief.”